Copy

Nieuwjaarsgroet

Nieuwsbrief december 2017
 
22 december 2017

Beste leden

Beste vrienden van Joseph Roth

Joseph Roth kreeg in 2017 de wind in de zeilen. De aandacht voor zijn werk blijft steeds groeien en daar hebt u als lid van het genootschap toe bijgedragen. Wij danken u daarvoor van harte en hopen u volgend jaar opnieuw als lid te mogen begroeten. De bijdrage is nog steeds 35 euro (of naar believen meer), over te maken op onze rekening (Joseph Roth Genootschap vzw IBAN BE76 0017 1832 5795 Bic GEBABEBB). Als u een lidmaatschap cadeau wenst te doen, sturen wij de gelukkige graag een persoonlijke welkomstboodschap.

De inschrijvingen voor het ledenweekend van 17 en 18 maart 2018 in Bergen lopen nog tot 15 januari. Er zijn nog plaatsen vrij, maar u kunt uw aanmelding beter niet uitstellen, want vol is vol. Alle nodige informatie vindt u op onze website (doorklikken op activiteiten, ledenweekend, nieuwsbrief).

Kerstmis is bij Joseph Roth een geliefd thema. In Radetzkymarsch krijgt de oude Herr von Trotta jaarlijks met kerst bezoek van zijn zoon. De vader schenkt hem ‘drei harte silberne Gulden, die er durch Unterschrift quittieren musste und niemals mitnehmen durfte’. In het Prager Tagblatt verscheen op 18 december 1929 een kerstverhaal van Joseph Roth: Kerstmis in Cochin-China, dat u hieronder kunt lezen. Cochin-China was van 1862 tot 1949 een Franse kolonie in het huidige Vietnam.

Met hartelijke groeten,

Het bestuur van het JRG
 
Kerstmis in Cochin-China
 
Het gebeurde op een van die wonderlijke dagen die met ingehouden adem aan het begin van de kerstvakantie voorafgaan en die ik toen net zozeer verkoos boven schoolvrije dagen als ik nu de dag van mijn vertrek verkies boven een lange reis, dat onze leraar zei:

‘Jongens, wie vijf stuivers heeft, komt deze namiddag naar de klas, we gaan naar het wereldpanorama!’

Ik stak twee vingers in de lucht en zei: ‘Ik heb geen vijf stuivers!’

Een ogenblik was het stil, alsof de directeur was binnengekomen voor een inspectie. De leraar had zich omgedraaid, keerde de klas zijn rug toe, zijn gezicht naar het bord alsof hij dacht dat daarvandaan een idee zou komen, dat er misschien een onzichtbare engel op dat zwarte, matte oppervlak met wit krijt een goede raad zou schrijven. Ik vermoed dat iets dergelijks ook gebeurde. Want na ongeveer een minuut draaide de leraar zich met zijn gezicht weer naar de klas en zei tegen mij, nog steeds staand naast mijn bank: ‘Begin alvast maar met te gaan zitten!’

In de pauze kwam de schoolknecht naar het schoolplein en hij bracht me naar het kantoor van de directeur.

‘Laat je vuile vingers eens zien!’ schreeuwde de directeur. Ik hield mijn twee handen omhoog, horizontaal voor me uit.

De directeur boog een beetje voorover om ze te bekijken. Hij had echter zijn goudomrande knijpbril niet opgezet, wat hij anders wel deed als hij besloten had iets ernstig te onderzoeken. Ik wist al dat het om iets heel anders ging dan om mijn vuile vingers.

‘Jij gaat vandaag mee naar het wereldpanorama, zonder te betalen!’ zei de directeur. Misschien dat hij me nog iets had willen zeggen. Maar de bel ging al. Daarom mompelde hij alleen maar: ‘Naar de klas!’

Ik schraapte met één voet over de planken vloer en ging naar buiten.

’s Middags om drie uur, de schemering loerde al aan het raam, vertrokken we naar het wereldpanorama.

Het lag in een klein rustig straatje en leek vanbuiten op een gewone winkel. Boven de glazen deur hing een rood-witte vlag, bij het opengaan van de deur klonk er een bel als een groet. Aan de ingang zat een dame als een grijsharige koningin die toegangskaartjes verkocht. Binnen was het donker, warm en muisstil. Zodra mijn ogen aan het duister gewend waren, zagen ze een soort kast, rond als een carrousel, zo hoog als de halve ruimte, met kijkgaten op manshoogte langs de hele gewelfde wand, telkens op ongeveer twintig centimeter afstand. De kijkgaten in de kast lichtten op als kattenogen in het donker. Je voelde dat de kast vanbinnen hol en verlicht was. Aan de onderkant kwam een zwak, geheimzinnig schijnsel tevoorschijn, dat verbleekte op de vloer. Bij elk paar kijkgaten stond een ronde pianostoel.

‘Zitten!’ zei de leraar, het klonk als in de klas, maar in het donker was het geen bevel, alleen een soort vriendelijke uitnodiging. We schoven met de stoelen, en omdat ik te klein was, zat ik niet helemaal neer, maar had ik de ronde stoel als het ware een beetje opgelicht en duwde mijn neus tegen de wand van de kast, met mijn ogen tegen de kijkgaten, die een metalen omlijsting hadden.

Aan de binnenkant verschenen beelden uit Cochin-China. De lucht was blauw, oneindig, stralend. Het was een soort zomers blauw dat lijkt alsof het zich verslikt heeft in een portie zonnegeel, dat weggeveegd, fijngewreven en nog blauwer geworden is. Je had het gevoel dat deze blauwe hemel moest stralen, al had hij geen zon te dragen. Maar ten overvloede scheen ook nog de zon. Na het tweede beeld wist ik niet meer dat het buiten december was en de lucht regen in gasvormige aggregatietoestand. De zon knalde uit de kast door mijn ogen in mijn hart en tegelijk ook naar buiten. Onbeweeglijk als een soort natuurtorens verrezen reuzenhoge palmen die een korte middagschaduw wierpen, die zich scherp en zwart aftekende op de gele vloer. Witte mannen met tropenhelmen leken erin geplakt, opgehouden midden in hun stap, één voet hing nog steeds in de lucht – en je dacht dat hij de grond zou raken meteen bij het volgende beeld. Je zag halfnaakte exotische vrouwen met opwindende borsten als mooie, bronzen kegels, die veel te snel verdwenen, en met blauwe lendendoeken die zeker zouden afgevallen zijn als je de beelden had kunnen stoppen. Je zag een school in de openlucht. Een tot bovenaan dichtgeknoopte lerares uit Europa gaf les aan volledig naakte kinderen. Ze hadden elk een lei op hun schoot en zaten op hun eigen voeten. Alleen de lerares zat verhoogd, op een omgehakte boom, een primitieve katheder. Je zag vissen en badende mensen, een fietser met een Girardi-hoed en een dame met een waaiende reissluier die wit en horizontaal achter haar aan door de lucht zweefde, als rook achter de schoorsteen van een stoomboot. Telkens wanneer er een nieuw beeld verscheen, schraapte er iets in de kast, als in een oude klok vlak voordat ze slaat. Dan weerklonk er een zachte, hoge, heerlijke gongslag. Daarop volgde een zacht trillen, de ronde machine beefde in haar constructie, alsof ze kreunde onder de last van het hierheen vervoeren van zoveel vreemde, verre werelden. Steeds dieper werd het blauw, schitterender het wit, goudgeler de zon, azuurkleuriger het groen, opwindender de onbeweeglijke vrouwenlichamen, lieftalliger de naakte kinderen.

Na een half uur keerde het eerste beeld terug.

Toen klonk de stem van de leraar als december: ‘Opstaan!’

Ik sjokte droevig naar huis. Het was precies alsof de maand december een droom was die snel voorbij moest zijn en Cochin-China de werkelijkheid waarin ik zo snel mogelijk wakker moest worden. Zo bleef het eigenlijk vele jaren lang. Cochin-China zat binnenin mezelf, net als in die kast.

Een jaar geleden, rond de kersttijd, arriveerde ik in een klein stadje. In een klein smal straatje zag ik een bord hangen. ‘Wereldpanorama’ stond erop. ‘Cochin-China!’ jubelde mijn herinnering. Ik ging er binnen – niet langer gratis, het kostte vijftig stuivers voor volwassenen, waar ik vreemd genoeg toe gerekend werd. Er was bijna niemand. De kast begon te schrapen, de gong weerklonk, net zoals toen. Maar op de beelden was niet meer Cochin-China te zien. Men liet integendeel Zwitserland zien. – Helaas. – Midden in de winter. – Besneeuwde toppen. – Een hotel met modern comfort, met een leeszaal. –

Ik leunde achterover. Twee stoelen voor mij zat een man. Hij leek uiterst geïnteresseerd door de kijkgaten te staren. Wat een stomme vent! dacht ik, vervuld van hatelijkheid midden in de kersttijd.

Maar toen ik weer buiten kwam werd ik mild en billijk. Misschien – zo dacht ik – had hij in zijn kindertijd juist naar Zwitserland mogen kijken. – Gratis. – Vlak voor Kerstmis. – Tenslotte heeft iedereen zijn eigen Cochin-China.

(Vertaling Els Snick)
Our mailing address is:

Joseph Roth Genootschap
Prinses Clementinalaan 125
9000 GENT
België

Schrijf ons via: info@josephrothgenootschap.org

www.josephrothgenootschap.org

Want to change how you receive these emails?
You can
update your preferences or unsubscribe from this list

Copyright © 2017 Joseph Roth Genootschap. All rights reserved.






This email was sent to <<Email Address>>
why did I get this?    unsubscribe from this list    update subscription preferences
Joseph Roth Genootschap · Prinses Clementinalaan 125 · Ghent 9000 · Belgium

Email Marketing Powered by Mailchimp